terug naar MIJN AUTISME

naar totaal overzicht:      aspie-logisch               chrono-logisch                      thema-logisch

naar deel overzicht       aspie 1 - 100        chrono 10 t/m 19 jaar        thema autistisch

 

09-04-2016

relativeren

 

70 A1 1957

Terugdenkend aan vroeger, komt het in me op dat ik misschien wel gepest werd, maar dat ik dat niet in de gaten had.Zo werd ik bij het uitkiezen van de teams voor een potje voetbal bijna altijd als laatste gekozen. Ik vond dat niet erg, want ik kon niet goed voetballen. Ik dacht dan bij mezelf: "als ze me niet in een team kiezen hebben ze meer last van mij want dan wordt het doel te klein (ik was wat dik)". Ik kon alleen maar als verdediger ingezet worden, dan moesten de aanvallers van het andere team om me heen (wat niet moeikijk was) en dat kostte wat extra tijd. Niemand speelde mij gelukkig de bal toe, want ik wist die dan niet onder controle te krijgen. Ook kon ik niet mikken, dus de bal zou dan meestal verkeerd terecht komen.

Ook later, op de middelbare school, kon ik bij balsporten zoals hockey of baskettbal niet goed meekomen. Dus daar werd ik ook altijd als laatste gekozen. Maar ook dat vond ik niet erg, want ik kon het toch niet goed.

Misschien heb ik deze redenering wel bedacht om frustratie te voorkomen. Op deze manier heb ik de situatie dan gerelativeerd.

Andere situaties: stoppen met wedstrijdvliegen ten gunste van lange-afstands-vliegen. Of bij een gemist tentamen: denk "de volgende keer beter".

Als ik bij de zweefvliegclub merkte dat de anderen gezellig samen iets buiten clubverband hadden ondernomen, dan voelde ik me wel rottig. Ik vroeg er daarom meestal niet naar. Toen ik er éénmaal wel over begon, kreeg ik als antwoord: “je was zo druk met het onderhoud bezig, daar hebben we je maar niet bij weggehaald”. Ik bedacht me dan dat ik waarschijnlijk toch niet veel plezier gehad zou hebben als ik er bij was geweest. En ik had wel plezier in het onderhoud: als de vliegtuigen konden vliegen was ik tevreden (als een toestel kapot was ging ik metéén de reparatie regelen omdat ik wilde dat het toestel weer gauw inzetbaar was; niet omdat ik werken aan de zweefvliegtuigen zo fijn vond).

 

Pas vele jaren later begon ik me te realiseren dat ik eigenlijk “gebruikt” was. Als ik niet in de hangaar of werkplaats was, dan lag al het werk stil. Door mij daar niet weg te halen, profiteerden diegenen die iets anders gingen doen daar van.