terug naar MIJN AUTISME

naar totaal overzicht:         aspie-logisch              chrono-logisch                      thema-logisch

naar deel overzicht      aspie 301 - 400         chrono 35 t/m 39 jaar            thema werk

 

24-04-2017

elasticiteit mee-berekend

 

389 F 1980

 

Toen ik in 1980 ontevreden was over de uitkomsten van de berekeningen met CTR (het simulatie-programma) voor de F.27 Friendship ging ik eens kijken of ik kon vinden hoe dat kwam. Het in rekening brengen van Mach-effecten (zoals bij de F.28 Fellowship) leek mijn een verbetering te kunnen brengen. Al was de snelheid van dit propeller-vliegtuig dan wel flink lager dan de F.28 (een straalvliegtuig), de geschatte invloed leek me toch wel van belang.

 

Het gebruiken van de aerodynamische gegevens die tot die tijd voor simulatoren werden gebruikt, leverden een flagrate afwijking op t.o.v. de werkelijke resultaten uit de metingen in het werkelijke vliegtuig, het verloop van de stuurkracht Fe was “bol” t.o.v. de vliegsnelheid.

 

Met mijn aanpassingen waren de eerste resultaten bemoedigend: het verloop van Fe met snelheid was minder hol.

Dit t.g.v. het Mach-effect op de vleugel-karakteristieken. Het Mach-effect op de staartvlakken en op de stuurkrachten resulteerde in nog verdere verbeteringen. Tenslotte het in-rekeningbrengen van de elastische vervormingen van het vliegtuig: toen waren de resultaten al heel erg veel gelijkend op de werkelijke resultaten uit de vlieg-metingen: Fe was “bol”.

Deze eerste pogingen werden bereikt met het toepassen van de verandering zoals die golden voor de F.28. Daarna ben ik gegevens gaan opzoeken van deze Mach-effecten, en tevens heb ik de invloeden van de elastische getallen laten uitrekenen door de deskundige mensen van een andere groep. Daarna waren de reken-resultaten zeer in overeenstemming met de werkelijke metingen.

Volgens mij was de gevolgde reken-procedure dus wel belangrijk.

 

Daarna mijn toenmalige chef ingelicht, maar zijn reactie was niet erg enthousiast: “moet dat nou allemaal zo uitgebreid ?” was zijn vraag. Later realiseerde ik me dat hij mij een Pietje-precies vond, oftewel een “mierenneuker”. In het bijzijn van enkele collega's op de kamer, zei ik dat de computer deze betere berekeningen mogelijk maakte, en dus voortaan deel zouden uitmaken van (het door mijn gemaakte en beheerde) reken-programma.

Opnieuw een botsing met deze chef, in de ogen van de collega's? Ik was zo overtuigd van mijn gelijk, dat ik me van geen kwaad bewust was. Maar het zal me indertijd niet in dank afgenomen zijn!