terug naar MIJN AUTISME

naar totaal overzicht:         aspie-logisch              chrono-logisch                      thema-logisch

naar deel overzicht      aspie 1 - 100    chrono 20 t/m 29 jaar     thema studie

 

14-01-2016

voorontwerp van een zweefvliegtuig

 

25 S 1971

 

Tijdens het 4e studiejaar was er de opdracht om een voorontwerp van een vliegtuig te maken. Hierbij was er de keuze uit 10 verschillende soorten vliegtuigen. Ik besloot dat ik iets anders wilde ontwerpen: een zweefvliegtuig. Daarvoor moest een aangepast ontwerp-opdracht geschreven worden. Daar een standaardklasse vliegtuig geen draagkracht-verhogende vleugelkleppen heeft, konden geen aparte berekeningen gemaakt worden voor de startprestaties. Omdat een zweefvliegtuig geen motor heeft, moest voor het berekenen van de motorprestaties een alternatieve berekening bedacht worden. Dat werd de opdracht om de optimale stijgprestatie te berekenen in een thermiekbel zoals die beschreven was in een Duits rapport.

 

Allereerst moesten de gegevens verzameld worden van liefst 3 vergelijkbare ontwerpen. Dan konden de waarden van enkele afmetingen en andere grootheden globaal geschat worden door de gemiddelde waarde van die grootheid voor de 3 gekozen ontwerpen te bepalen. Maar in de verzamelingen van de afdeling Vliegtuigbouw waren nog geen gegevens opgenomen van zweefvliegtuigen, dus moest ik zelf zien uit te vinden hoe ik daar aan kon komen.

 

Van 1 zweefvliegtuig kon ik de gewenste gegevens in de beschikbare literatuur vinden, en voor 2 andere vergelijkbare toestellen heb ik toen de constructeurs in Duitsland persoonlijk aangeschreven. Die had ik al eens ontmoet bij een bijeenkomst van Duitse academische vliegers (IDAflieg). Bij de bespreking van mijn ontwerp werd hierop met verbazing gereageerd: zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt! Of ze die info mochten kopiëren voor hun verzameling?

 

Ook verbazing over het 2x doorrekenen van de vleugel, met 2 profielen: de ene leek hen veel beter dan de andere! Maar de 2e was uiteindelijk toch beter. Dus die 2e doorrekening was erg nuttig geweest. Hoe kwam het dat ik al dat extra werk toch had uitgevoerd?

 

Ook het feit dat ik de optimale vleugelvorm m.b.v. rapport van een vrij onbekende aerodynamicus had bepaald: de vorm werd bepaald waarbij de weerstand in vooral kleine invalshoeken (= hogere snelheden) minimaal is (zodat een oplossing t.b.v. overtrekgedrag die de weerstand zou verhogen niet nodig was) wekte verbazing.

 

Het bestaande vooroordeel bij de TH was dat zweefvliegtuigen toch geen echte vliegtuigen waren. Was het ontwerpen van zweefvliegtuigen wel echt ingenieurs-werk? Ik ben ervan overtuigd dat dit vooroordeel wel is bijgesteld.

 

Ik was trots op mijn ontwerp, maar van verwezenlijking is het niet gekomen. Mijn organisatievermogen was daarvoor zeker niet voldoende. Waarschijnlijk had ik toen al te weinig zelfvertrouwen meer (over)?

 

 

Bekijk het volledige verslag hier:

25a S 1971 verslag

25b S 1971 aanhangsels

25c S 1971 tabellen, figuren

25d S 1971 bijvoegsels