terug naar MIJN AUTISME

naar totaal overzicht:         aspie-logisch              chrono-logisch                      thema-logisch

naar deel overzicht      aspie 101 - 200    chrono 20 t/m 29 jaar     thema studie

 

19-08-2016

baantje bij NN

 

105 S 1969

 

Daar ik mijn beurs kwijt was geraakt, en werken als leraar een onjuiste keus was gebleken, heb ik een kantoor baantje voor halve dagen gezocht via een studenten arbeidsbureau. Dat kon bij Nationale Nederlanden, bij de vestiging in Den Haag bij de autoschade afdeling. Aangezien de middag pauze voor de groep waarbij ik kon komen werken wat vroeger viel leverde de werktijd voor de middag wat meer op. Tevens was dan de ochtend nog beschikbaar voor eventuele colleges.

 

Al snel bleek dat ik handig was in het uitzoeken waar “onbekende post” heen moest (post zonder schadenummer of naam van de verzekerde). Blijkbaar wilde ik de gegeven opdracht coûte que coûte afmaken, maar ik wist toen nog niet dat deze “eigenschap” waarschijnlijk met mijn autisme te maken had. In deze rustige werkomgeving voelde ik me prettig. Alle soorten werkzaamheden accepteerde ik en voerde ze vlot uit. Ik leerde veel over verzekeringen en over schademeldingen. Die kennis vond ik zeer nuttig. Geleidelijk aan kreeg ik het gevoel er een beetje bij te horen, al werkte ik slechts halve dagen. De terugreis naar Delft ging met een extra trein van station Laan-van-nieuw-oost-Indië zonder tussenstop naar Delft en Rotterdam, voor de nieuwe medewerkers uit Rotterdam. De groep waar ik bij werkte was een groep Rotterdammers van de fusiepartner Eerste-Rotterdamse, waarvoor voor de eerste jaren dit extra woon-werk-vervoer was georganiseerd. Dus ook daar “hoorde” ik erbij.

 

Als ik nu terugkijk op die periode, dan was dat wel een zeer aparte gewaarwording. Ik werd geaccepteerd, zonder dat ik op andere terreinen een gevoel van uitsluiting bemerkte. Maar dat verschil heb ik toen niet doorgehad. Dat ben ik me pas na mijn diagnose gaan beseffen.

 

Aangezien ik mijn kandidaatsexamen dat jaar haalde, kreeg ik weer een beurs. Het werken om in mijn levensonderhoud te voorzien was dus daarna niet meer nodig.