terug naar MIJN AUTISME

naar totaal overzicht:      aspie-logisch                     chrono-logisch                                thema-logisch

naar deel overzicht       aspie 101 - 200        chrono 60 t/m 64 jaar        thema vakantie

 

27-08-2016

Kilimanjaro

 

101 V 2008

 

Voor mijn vakantie in 2008 wilde ik oorspronkelijk een treinreis maken van Johannesburg naar Dar-es-Salaam. Aansluitend zou ik dan een 10-daagse wandeltocht naar de top van de Kilimanjaro maken. Toen de treinreis i.v.m. o.a. de situatie in Zimbabwe werd gecanceld, heb ik die vakantie veranderd in een reis door Zuid Afrika, een bezoek aan de Victoria-watervallen, een 5 daags bezoek aan een wildpark in Botswana, plus de beklimming van de Kilimanjaro. Ik koos voor de 5-daagse tocht, die inclusief 1 dag acclimatisatie was, met overnachtingen in lokale onderkomens. De begeleiding bestond uit: 1 gids, 1 kok, 1 bediende plus 2 dragers per gast. Voor mij alleen was dat dus een ploeg van 5 man! Zelf hoefde ik niets te dragen, alles werd naar boven (of beneden) gebracht inclusief het eten.

 

Als voorbereiding was ik het Pieterpad gaan wandelen, want mijn conditie leek me goed genoeg na het regelmatig fietsen van delen van de Ronde-van-Nederland, maar ik had beslist geen eelt onder mijn voeten. In een half jaar heb ik elke week een etappe gewandeld (500 km in 25 weken). Met zweefvliegen was ik al eens op 6000 meter geweest (zonder zuurstof-apparatuur) waarbij mijn conditie goed genoeg bleek te zijn. De extra dag acclimatisatie leek me echter wel nuttig. Tijdens die dag kwam ik tot de ontdekking dat de klim geen enkel probleem opleverde, maar de afdaling was wel lastig. Mijn oogprobleem maakte het moeilijk om goed te zien waar ik mijn voeten neerzette. Als ik mijn hoofd ver genoeg voorover wilde houden om de grond beter te kunnen zien, dan kneep dat mijn keel bijna dicht en kon ik niet voldoende lucht krijgen. Het eventueel afzien van de laatste etappe naar de top begon al in mijn hoofd op te duiken. De volgende dag, de klim (wandeling) naar 4700 meter was makkelijk, maar enige tijd na de lunch kreeg ik opeens tunnelvisie. Ik zag slechts het beeld in een kleine cirkel recht vooruit, de rest was zwart. Snel even opzij kijken leverde dan een probleem op, doordat ik telkens weer moest wachten tot mijn hersenen het nieuwe blikveld hadden verwerkt. Blijkbaar waren mijn hersenen zo vermoeid door het (te veel) rondkijken en de beelden van mijn 2 ogen bij elkaar brengen, dat het “veiligheidssysteem” in mijn hoofd het normale blikveld terug bracht tot de essentiële informatie in het centrale deel. Verder wandelen ging prima, zeker als ik mijn ogen alleen nog maar richtte op het wandelpad. Aangekomen in de berghut ging ik op bed zitten en sloot enkele minuten mijn ogen. Daarna leek het probleem voorbij. Toen heb ik maar besloten om niet om middernacht mee te gaan bij het vertrek van de laatste etappe, maar te blijven om te gaan slapen. Met mijn gids heb ik toen afgesproken om de volgende ochtend de zonsopgang vanaf 4700 meter te bekijken, te ontbijten en dan eventueel nog een klein stukje hoger te gaan. Op 5000 meter zou ik dan hoger zijn gekomen dan de Mont Blanc.

Terug in het kamp de lunch gebruikt en naar beneden gewandeld. Onderweg kwamen steeds meer mensen die op de top waren geweest ons voorbij, maar we kwamen nog voor donker aan in het kamp op 3700 meter, waar de laatste overnachting zou plaatsvinden.

De slot-etappe naar het kamp op 2800 meter (lunch) en verder naar de toegangspoort op 1800 meter verliep wat langzaam door mijn visuele probleem, maar er zou halverwege het laatste stuk een 4-wheel-drive jeep klaarstaan om mij naar beneden te rijden. Daardoor kwam ik daar ook nog bij daglicht aan.

Alles was dus prima geregeld, ook voor noodgevallen. Achteraf was ik blij dat ik de beslissing had genomen om niet naar de top te gaan, maar ik vond het wel jammer dat ik deze tocht niet 10 jaar eerder had gedaan. Want toen had ik nog niet dat visuele probleem. Dan had ik heel Afrika aan mijn voeten gehad, hoewel dat dan niet volledig zichtbaar was geweest.

Ik heb echter wel kunnen genieten van de overgang van tropisch oerwoud naar het kale landschap boven de boomgrens in slechts 3 dagen. Alleen de overgang naar een gletscherlandschap was er dus niet bij.

 

Tijdens de laatste dag werd mij aangeboden om een diploma te regelen (dat ik de volledige beklimming had gedaan), maar toen ik zei dat ik dat onterecht vond werd er niet meer over gepraat. Pas veel later realiseerde ik mij dat dat dan waarschijnlijk wat extra geld gekost zou hebben. Extra inkomsten wil men toch overal ter wereld wel binnenhalen! Maar ik ben blijkbaar te eerlijk voor deze wereld.

 

 

Mijn wandeling volgde de Marangu-route: de 1e dag van ingang bij het hoofdkwartier naar de Mandarahut. De 2e dag verder naar de Horombohut. De 3e dag een acclimatisatiedag, naar de Zebrarock en terug naar de Horombohut. De 4e dag naar de Kibohut. De 5e dag, na het ontbijt een kleine wandeling (2 uur zwoegen) naar 5000 meter, en dan weer terug naar de Kibohut voor de lunch, daarna afdalen naar de Horombohut. De 6e dag naar de Mandarahut voor een lunch, en verder naar het beginpunt, waarvan de helft met een jeep.






Na  de lunch op dag 4: een rustige wandeling in de Alpine woestijn.


Even uitrusten op mijn hoogste punt: hoger dan de Mont Blanc! En volledig te voet.


En dan weer naar beneden. Geen foto's meer gemaakt, want volledig gefocust op de afdaling.