terug naar MIJN AUTISME

naar totaal overzicht:      aspie-logisch                     chrono-logisch                           thema-logisch

naar deel overzicht       aspie 1 - 100        chrono 35 t/m 39 jaar         thema hobby

 

31-03-2016

500 km zweefvlucht

 

09 Z 1984

 

beschrijving van de 500 km zweefvlucht (mijn 1e, in Zell am See)

vluchtnr. 1549 dd. 10-7-1984

 

Toen de weersverwachting bekend werd gemaakt, wilden de meeste vliegers een lange vlucht proberen. Een vlucht van 500 km werd algemeen als mogelijk gezien. Veel mensen dachten aan een vlucht naar Imst, en dan naar de andere kant: Pürgg. Om een reden die ik niet meer weet, heb ik gekozen voor Zell am Ziller en Kapfenberg: circa 70 km naar het westen en daarna 180 km naar het oosten. De route naar het Zillertal ging vlot en al snel bereikte ik het eerste keerpunt. Van daaruit zag het er verder naar het westen wat erg onbewolkt uit, maar daar had ik dus geen last van. Het weer zag er goed uit, tot ongeveer Trieben (60 km vóór het 2e keerpunt). Vanaf daar werd de bewolking snel minder. Dat betekende dus minder thermiek. Ik probeerde hoog te blijven, dus niet tot te laag doorgaan. Het keerpunt Kapfenberg rondde ik nog wel hoog genoeg om weer terug te kunnen vliegen, maar het werd lastiger. Toen ik weer in de buurt van Trieben kwam, zag ik weer een mooie cumuluswolk. Daar verwachtte ik wel een goede thermiekbel te zullen vinden. Dat lukte ook, dus de terugvlucht werd weer wat makkelijker. Na bijna 8 uur vliegen kwam ik weer bij Zell am See aan. Na de landing bleek het erg rustig op het vliegveld: de meeste zweefvliegers waren al naar huis. Het was voor de meesten niet erg succesvol verlopen. Niemand had een mooie vlucht gemaakt.

 

Een Duitse zweefvlieger met PIK20m (motorzwever) dacht dat hij misschien wat eerder had moeten starten, maar hij bleek op de zelfde tijd als ik gestart. Hij had voor het laatste halfuur zijn motor moeten gebruiken! Zijn 1e keerpunt lag bij Imst, dus ver voorbij Zell am Ziller. Na het Zillertal was het moeilijker geworden. Dat betekende dus dat ik mijn keerpunten goed gekozen had. Alle andere zweefvliegers hadden hun 1e keerpunt zo ver naar het westen gekozen, omdat dat “de gewoonte” was. Mijn 2e keerpunt vonden ze “den Alpen heraus”. Maar die dag bleek dat geen probleem. Ik, als “flachlandflieger” had daar geen moeite mee! Verbazing alom op de briefing de volgende morgen.

 

Ik had niet de “gewone” route genomen, maar het wel als enige gehaald, en dan ook nog eens met een veel ouder en minder goed houten zweefvliegtuig (de anderen hadden modernere kunststof zweefvliegtuigen).

 

 

Hieronder het barogram van deze vlucht, waarop het hoogteverloop en de tijd te zien is.